Friday, 14 August 2015

De basisprincipes van de Javaanse Gamelan

Filled under: ,

Wat is een gamelan?

Een gamelan is geen instrument maar een orkest, dat uit ongeveer twintig op elkaar afgestemde ronzen instrumenten bestaat. Het meest kenmerkend is de grote gong (gong ageng, diameter ± 90 cm) die als de ziel van de gamelan wordt beschouwd, en die het begin en eind van de muziekstukken markeert met zijn gonzende diepe klank. Allerlei kleinere gongs, zoals de kempul en de kenong , markeren de structuur van de muziekstukken, instrumenten met bronzen klankstaven spelen de basismelodie, een tromspeler geeft het tempo aan en gongspelen (bonang, 10 tot 14 bronzen keteltjes op een rek) spelen versieringen. Naast het brons zie je in een gamelanorkest ook snaarinstrumenten (rebab en siter), bamboefluit (suling), xylofoon (gambang) en zangers.

Waar komt de gamelan vandaan?


De kunst om uit brons voorwerpen te vervaardigen dateert in Zuidoost Azië van millennia geleden (3000 v.C.). Vanaf de tiende eeuw n.C. zijn er aanwijzingen voor het bestaan van amelaninstrumenten: gongs en keteltjes worden afgebeeld op tempelreliëfs en genoemd in de oudjavaanse literatuur. “Nggamel” betekent iets beetpakken, een hamer bijvoorbeeld. Vanaf de 16de eeuw wordt met gamelan een orkestje bedoeld. Terwijl de wayangverhalen (Mahabharata en Ramayana) en de Javaanse dansen onmiskenbaar gebaseerd zijn op de Indiase cultuur, is het fenomeen gamelan een typisch Zuidoost Aziatisch verschijnsel: gongs en gongspelen zijn te vinden in de hele regio (Cambodia, Thailand, Birma, Laos, Maleisië, Vietnam, de Filippijnen en Indonesië).

Wat is de rol van de gamelan op Java?


De vier middenjavaanse vorstenhoven zijn de centra waar de gamelan(muziek) uitgroeide tot het hoogst ontwikkelde gong-orkest ter wereld. In de koloniale tijd hadden de hoven honderden muzikanten, componisten, dansers en wajangspelers in dienst, die zich volledig aan de kunst
konden wijden. Zo ontstond een muziekcultuur met allerlei genres: van fijnzinnige kamermuziek gespeeld door kleine ensembles tot imposante openlucht-orkesten. Gamelanmuziek speelt een belangrijke rol bij allerlei ceremoniën en begeleidt verschillende theatervormen als opera’s,
danstheater en wajangvoorstellingen. Ook buiten de hoven is de gamelan overal te vinden: bij rituelen, bruiloften; op de radio, in hotels en op straat, waar kleine straatorkestjes al rondtrekkend de kost verdienen. Javaanse dans, wajangvoorstellingen, cabaret of toneel: de gamelan is er vaak bij.

Op sommige scholen leren kinderen gamelan spelen, en voor wie er zijn beroep van wil maken zijn er sinds de jaren ’60 academies voor (gamelan)muziek, dans en wajang. Hoewel de belangstelling van de jeugd over het algemeen afneemt zijn er aan de kunst instututen ook nu nog talloze studenten die een professionele muziek-, dans-, of wajangopleiding volgen.

Hoe wordt een gamelan gemaakt?
Alle bronzen gongs en toetsen worden één voor één met de hand gesmeed uit een zorgvuldig samengestelde legering van koper en tin (brons), via een lang proces van verhitten en uithameren. Het ambacht wordt al generaties lang van vader op zoon of van meester op leerling doorgegeven. De
bijna altijd fraai versierde onderstellen worden uit teakhout gesneden in gespecialiseerde bedrijfjes. Dat geldt ook voor de resonantiebuizen, slaghamers, de snaarinstrumenten, trommen, fluiten en xylofoons. Door de hoge prijs van de bronzen instrumenten is een gamelan zeer kostbaar. Een
goedkoper alternatief is een ijzeren gamelan.

Samenwerken!
De oudste gamelans bestonden uit alleen gongs. Om daarop melodieën te spelen zijn verschillende spelers nodig. Samenwerken is dan ook één van de basisprincipes van de gamelanmuziek, net zoals “Gotong royong” – met vereende krachten aan het werk – een basiskenmerk is van de Javaanse sociale structuur. Zo worden feesten voorbereid en wegen verbeterd: elk gezin draagt een steentje bij. Samenwerken maakt iemand onderdeel van de groep, je maakt samen een weg, een melodie.

Hoe zit de muziek in elkaar?

Gamelanmuziek is gebaseerd op gongstructuren: (herhaalde) cycli van 8, 16, 32, 64 tellen of een veelvoud daarvan, die eindigen met een slag op de grote gong, De gong is het belangrijkste moment van de cyclus. De kleinere gongs en ketels verdelen cyclus in frasen. Als de gong op tel 32 slaat, speelt de kenong bij voorbeeld op 8, 16, 24 en 32 en de kempul daar tussen in, op tel 4 (hoewel die meestal wordt overgeslagen), 12, 20 en 28. De instrumenten met zeven bronzen toetsen spelen de basismelodie, die te vergelijken is met de cantus firmus uit de oude muziek: meestal een rustige melodie in lange noten. De bonangs (gongspelen) variëren op de basismelodie met “riedeltjes”,
in kortere notenwaarden; de overige instrumenten (de instrumenten met 14 bronzen toetsen en de snaar-, hout-, bamboe-inastrumenten en zangstemmen, brengen zelfstandige melodieën ten gehore
waarvan de hoofdtonen overeenkomen met de basismelodie. De trommen geven begin, eind en overgangen in de muziek aan, ze bepalen het tempo en geven allerlei muzikale codes waardor de musici weten wat ze moeten spelen en b.v. dansers welke beweging bedoeld wordt.

De Praktijk
Om te beginnen: op Java telt men niet EEN, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht (met het accent op één), maar één, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, ACHT. In de kleinst mogelijke gamelanstructuur,
een cyclus van 8 tellen, valt op die ACHT dan ook de gong. De basisritmes: de gong op tel 8, kenong
(afgekort nong) op de tellen 2, 4, 6 en 8, op een andere toonhoogte klinkt de kempul (pul) op de tellen 3, 5 en 7 en dan ook nog de kethuk (thuk) tussen alle tellen in. Al die instrumenten tesamen weven een levendige structuur die je prima met z’n allen kunt zingen, dan gaat het aan de instrumenten
des te sneller!

Samenvatting
Elk gamelaninstrument heeft een specifieke functie. Gong, kempul, kenong, kethuk en kempyang
verdelen de muzikale zin in frases en markeren de zwaartepunten. Slenthem, Saron, demung en soms peking, spelen de basismelodie van het stuk, de balungan (het “geraamte”) De trommen (kendhang) coördineren het geheel, ze geven begin, eind, het tempo, allerlei codes en overgangen aan. De bonang omspeelt de kernmelodie en speelt versieringen. De zachte instrumenten, gender, gambang, siter, celempung, suling en rebab vormen samen met de zangstemmen (pesindhen en gerong) de  belangrijkste melodische laag. 

Praktijk 
Er zijn in verschillende steden gamelangroepen actief waar zowel gevorderden als beginners les kunnen krijgen.



0 comments:

Post a Comment